Published On: 24 maart, 2022789 words4 min read

Het haken van een mooie mandala vergt veel aandacht, goed kijken en vaak meerdere keren lol van dezelfde bol. De patronen van mandala’s komen vaak zonder uitgeschreven rijen en heb je te doen met slechts een patroon. Maar hoe haak je prachtige mandala’s vanaf een steken patroon?

Dat mandala’s vaak te groot zijn om per rij uit te werken is erg logisch. Een mandala kan soms tot over de 100 rijen hebben en om die nou allemaal uit te werken? Maar hoe werkt een mandala steken patroon dan eigenlijk en waarom zie je slechts een stukje van het patroon.¬†Helemaal als je de steken niet direct herkent of nog nooit met een steken patroon hebt gewerkt, kan dit een grote frustratie zijn. Vandaag leg ik uit hoe het werkt en hoe ook jij prachtige mandala’s kan leren haken van een steken patroon.

Herhalend patroon

Een mandala bestaat voornamelijk uit een aantal basissteken, zoals een ‘chain, ‘single crochet’, ‘double crochet’ en soms ook een ’triple crochet’. Her en der wordt een een pilot in verwerkt, maar voornamelijk bestaan de ‘platte’ mandala’s uit deze basissteken. Een mandala is een ‘herhalend’ patroon; je doet dus om de aantal steken precies hetzelfde. Zo krijgt de mandala aan iedere kant hetzelfde opeenvolgende patroon. Dat is de reden waarom er vaak maar een gedeelte op een steken patroon staat uitgewerkt.

Een mandala helemaal uitwerken is daardoor overbodig en vaak zie je de eerste set vanaf het startpunt, de helft van de volgende set (linkerkant) en hoe je de set moet eindigen (rechterkant). Mandala’s werken in hele rijen en niet doorlopend. Je begint dus iedere rij met een chain en eindigd deze met een ‘slip stitch’. Dit werkt dus anders dan bijvoorbeeld Amigurumi patronen waarbij je vaak werkt in doorlopende rondes zonder chain en zonder slip stitch.

Welk teken is welke steek?

Een steken patroon van een mandala kan erg overweldigd overkomen. Allemaal strepen, kruisjes, puntjes, ovaaltjes en meer. En buiten dat, staat het in het begin ook nog eens heel dicht op elkaar geplakt. Hoe verder je komt, hoe ruimer het patroon vaak wordt. Dit is om aan te geven dat je per rij, meer steken maakt dan de rij daarvoor. Je ziet in het patroon de mandala ‘groeien’. Hieronder zie je de belangrijkste steken van een mandala op een rij. Daarna zal ik een patroon deels uitwerken, zodat je kan meekijken hoe het precies werkt.

Uitwerking mandala

Hieronder een foto van een stukje mandala waar ik momenteel mee bezig ben. Om een duidelijk beeld te geven van hoe de uitwerking is tegenover het patroon, heb ik ook het uitgewerkte patroon erbij gezet. Laten we bij rij 1 beginnen.

 

mandala-uitwerking

Rij 1: Je ziet een circel, ovaaltjes, strepen met 2 dwarsstreepjes en het cijfer 24. Een mandala start altijd met een magische ring (magic ring). Het cijfer 24 staat in dit geval voor het aantal ‘stokken’ dat je moet hebben in de magic ring. De ovaaltjes zijn de beginnende ‘chains’ en de zwarte stip is een ‘slip stitch’. Rij 1 moet dus als volgt:

  1. Maak een magic ring
  2. Maak 4 ‘chains’
  3. 23 triple crochet (een T met 2 dwarsstrepen, is een triple crochet)
  4. Slip Stitch in de ‘chain’

Rij 2: Je ziet een chain 4, een triple crochet, 2 chains en de verbinding met de rij die je net hebt gemaakt. Je gaat als volgt te werk

  1. Maak 4 chains
  2. Triple crochet in de stok recht eronder
  3. 2ch
  4. 2 triple crochet ieder in zijn eigen ‘stokje’ daaronder
  5. 2 ch
  6. 2 tr crochet ieder in zijn eigen ‘stokje’ daaronder
  7. Ga zo de rij af.
  8. Einde: 2 chains
  9. Slip stitch in begin

Volg je het patroon nog tot zo ver? Het gaat voornamelijk om goed kijken, tellen en verbintenissen leggen tussen de voorgaande rij en de rij die je maakt. Gaan we weer, volgende rij:

Rij 3: Je ziet 2 keer een zwarte punt, een ‘chain’, triple crochet, chains in een soort ‘dakje’ en gewone chains. Wat moet je doen:

  1. 2 slip stitch totdat je in het midden van de chains bent van de vorige rij
  2. chain 4 omhoog
  3. triple crochet rondom de ‘chains’ van de vorige ronde. Je hoeft ze niet door de lusjes te halen, steek gewoon je naald door het gat eronder.
  4. 3 chains > een ‘dakje’ geeft vaak aan dat als je de mandala gaat opspannen, deze lusjes omhoog worden getrokken en het eindresultaat eenmaal opgespannen ‘puntjes’ geeft om ‘omgekeerde V’s
  5. 2 triple crochets in de chains
  6. ch 2
  7. 2 triple, chain 3 (dakje), 2 triple
  8. herhaal tot einde en eindig met een slip stitch.

Rij 4: Lijkt heel erg op rij 3, alleen maak je langere ‘chains’ tussen de gedeeltes in.

Als je mijn uitwerking naast het patroon legt, zie je al snel welke rij het betreft en hoe de uitwerking in zijn werk gaat. Heel veel succes met het maken van je (eerste) mandala. Vragen? Stel ze gerust in de comments.

Laat een reactie achter

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde berichten